GroenLinks-fractielid Mariko Peters is eertijds diplomate geweest. Wat betekent tijd in de diplomatie? “Een cruciale factor; een soort klei die je blijft kneden totdat het moment daar is. Je hebt allerlei verschillende tijdsklokken die tikken. Je eigen tijdsklok: het verlangen om een resultaat te boeken, misschien ook ongeduld, het verlangen om iets terug te kunnen rapporteren. Dan is er de tijdsklok van de machinerie waar je onderdeel van uitmaakt en die verantwoording verschuldigd is aan de binnenlandse politiek.
Bijvoorbeeld de minister die een debat aangaat en die je nog iets wilt kunnen meegeven. Verder heb je de tijdsklok van het mechanisme waartoe je gesprekspartner behoort. En natuurlijk de tijdsklok van het land of de hele regio, die vaak véél trager zal zijn dan die gekke vierjarige tijdsklok van de binnenlandse politiek die de diplomatie aanstuurt.”
Hoe vergelijkt dit zich met die politiek zelf? “Dat verschil in tempi maak je mee in de diplomatie en in de politiek. Eigenlijk net als in een mensenleven, behalve dat je in de politiek die bijzondere snelle tijdsklok hebt. Die tijdsklok van zo lang een tweet duurt om gemaakt en opgepikt te worden, afgezet tegen taaie wetgevingsprocessen die twee of drie termijnen kunnen duren, of taaie economische cycli waarbij je kunt proberen op knoppen te drukken en aan touwtjes te trekken maar die echt hun eigen tempo nemen. Het is zelden dat een interventie zó goed getimed is, dat die in de ritmes van al die verschillende tempi past.” Maakt u dat wel eens mee? “Ik maak veel het omgekeerde mee.” Bad timing? “Niet alleen bad timing, ook kortzichtige timing of verkeerde timing.”
U zit inmiddels zo’n twaalf procent van uw leven in de politiek. “Vijf jaar. Vijf hele bijzondere jaren, ook wat betreft de eigen tijdklok. Er zijn ook drie kinderen geboren in die jaren.” Hoe was het om in de politieke omgeving terug te komen na opnieuw moeder geworden te zijn? ”Je wordt met je neus op die verschillende tempi gedrukt. Ik ben heel erg blij dat er voor mij zo veel evenwicht in zit door het rijke privé-gezinsleven. Ik denk dat het heel belangrijk is om niet alleen maar overgeleverd te zijn aan de wervelwinden die hier draaien. Ik word er ook heel ongelukkig van om daar in mee gaan, omdat er ook heel veel nep-incidenten zijn, heel veel nep-adrenaline, nep-opwinding, neppe gebeurtenissen in de tijd. Het belang van losse incidenten in het grotere plaatje is vaak veel relatiever dan op het moment van het ontstaan ervan. Ik hou ervan om de dingen vanuit een soort helicopterview in de tijd en in de context te plaatsen. Dat vergt een extra denkstap en misschien ook iets meer tijd.”
Wat vond u vreemd toen u vijf jaar terug voor het eerst in het parlementaire bedrijf stapte? “Het allergekste toen ik hier kwam vond ik de ‘groentjes’. *) De agendatijden veranderden de hele tijd. Dan weer dit en dan weer dat… hoe kon je daar achter komen? Die groentjes werden uitgedeeld op een onbekend moment. De agenda was zo onbeheersbaar. Ik rende letterlijk achter de tijden aan. Ik had het gevoel dat het een soort beest was dat hier en daar z’n poten neerklapte, en ik daar tussendoor moest rennen omdat de vergadertijden elke keer wisselden. Het is goed dat je daar zo snel mogelijk aan went, want dat beheerst het dagritme. Nu is er ook een modern gedigitaliseerd systeem.”
Zijn er ook nog archaïsche dingen? “Wat ik archaïsch vind is de wijze waarop wij stemmen en waarop alléén het gesproken woord geldt, de wijze waarop wij debatteren. Dat zijn hele ouderwetse, uit het verleden overgeleverde vormen. Ik vind dat Kamerdebatten te weinig een flexibele vorm hebben om mee te kunnen bewegen met de ontwikkelingen van de inhoud van het debat. Ongeacht het belang en ongeacht het hoogtepunt van het debat mag je bijvoorbeeld maar in twee ronden je vragen stellen. Stel dat er dan geen antwoord komt. Dan ben je uitgepraat. Soms hangt het nou juist op een bepaald antwoord of een bepaalde uitspraak. Op zo’n moment moet de debatvorm daarmee kunnen meebewegen.”
Wat moet de vergadervoorzitter aan bevoegdheden hebben om dat eigentijdser te kunnen maken? “Ik vind dat je als voorzitter moet kunnen meebewegen met de importantie of soms ook de onbenulligheid van een debat. Dat zou ik, zeker in een zo versnipperd parlement als het Nederlandse, echt winst vinden. Want anders dan in parlementen waar veel minder partijen en woordvoerders zijn, hebben wij ontzettend veel sprekers. Sowieso wordt ieder debat opgeknipt tussen veel verschillende stemmen en heeft iedere stem dus ook veel minder tijd om z’n argumentatie op te bouwen. Aan de andere kant vind ik het ook de kracht van een democratie, dat stemmen proportioneel gehoord en ingebracht kunnen worden.” Zit er iets vergelijkbaars in de per fractie tot op de minuut afgemeten spreektijden? “Ik vind dat we een systeem hebben waarin de verscheidenheid aan stemmen goed aan bod kan komen. Maar ik kan ook niet om de constatering heen, dat daardoor de communicatie aan kwaliteit inboet. Je hebt soms eigenlijk alleen maar tijd om elkaar een one-liner in het gezicht te werpen.”
Laten we een blik werpen in de geschiedenis. Welke gebeurtenis in de afgelopen eeuw had u vlak voor de voltrekking ervan willen ‘killen’ om te zorgen dat de toekomst van toen -het heden van nu- er anders had uitgezien? “Meerdere dingen. Ik noem er een. Wat me als eerste te binnen schiet is hoe de atoomgeleerden van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog uitweken naar Amerika, hun kennis meenamen en aanvankelijk Amerika aanmoedigden de ‘rat race’ met Duitsland aan te gaan. Toen duidelijk werd dat Duitsland onvoldoende kennis en vaardigheden bezat om tot een kernbom over te gaan, realiseerden die geleerden zich wat de gevolgen zouden kunnen zijn van het hebben overgedragen van hun kennis. Ze hebben toen alles op alles gezet om de Amerikaanse regering van de ontwikkeling van een kernbom af te brengen. Maar het was al uit hun handen. Het ontstaan van die bom heeft vervolgens zó ontzettend de wereldorde van nadien bepaald. Je ziet met welke zieke gevolgen we nu nog kampen. Gevolgen die zó ontzettend een doorbraak in de wereldverhoudingen onmogelijk maken. Het creëert een absoluut machtsverschil en een absolute rechtsongelijkheid. En een race van niet-kernmachten die óók zo’n ding willen hebben. Men weet dat we er van af moeten en toch durft niemand de eerste echte stap te zetten. Als ik dát stukje kennis dat toen de oceaan overstak weg had kunnen snijden…. Die bom heeft de wereldverhoudingen bepaald en ik weet niet hoe we er van af komen. Ik ben bang dat het voorlopig nog z’n vreselijke sporen in ons trekt.”
Vanuit dit onderwerp naar tijd en horloges is een grote stap, maar we nemen hem toch. “Je hebt allerlei verschillende tijden. Er is niet een enkele tijd, maar alle tijden verstrijken. Ik ben ooit begonnen met een Seiko, een horloge van Japanse makelij, dat ik van mijn Japanse grootvader kreeg. Het merk was vroeger veel minder main stream dan het nu is. Ik heb nadien nog de nodige andere horloges gehad, aangezien ik m’n horloges helaas vaak kwijt raak. Ze werden daarom allengs ook steeds goedkoper. Ik draag nu een heel simpel Seiko-horloge. Het is goedkoop, het tikt als een klok en het is duidelijk af te lezen.” Ze vertelt me hoe je Seiko precies uitspreekt. Ik zeg het haar na, zo goed als ik kan.
*) De groene A4-tjes waarop telkens de meest actuele versie van de vergaderagenda wordt afgedrukt.