Tijd

Wat is tijd? Ongrijpbaar, letterlijk en figuurlijk. En vluchtig als een muzieknoot. Je kunt het niet bewaren; je kunt geen voorraadje aanleggen voor later. Tijd is nu, en wel nu meteen.

Tijd is relatief. Ja, dat is een verweerde straatwijsheid, maar het is wel heel erg waar. Was het Einstein die ons deze notie ingaf, of maakte hij haar als bestaand concept inzichtelijker en hanteerbaar? Hoe dan ook, tijd is relatief, want voor ons bestaat het alleen in relatie tot parameters zoals de omloop van de aarde om de zon, de sinus van een trilling, de duur van een leven, de gang van een klok.

Die dingen ‘maken’ voor ons de tijd. Maar is tijd niet ook een volstrekt autonoom continuüm? Of is het juist een ondeelbaar moment, een begin- en eindeloosheid die korter is in zijn theoretische duur dan de dichtheid van de materie in het zwartste gat van het universum? Of gaat het zelfs om een volledig non-existente dimensie, die we als mensen hebben verzonnen omdat we die nodig hebben als gereedschap? Feitelijk, om er zo ongeveer alles aan op te kunnen hangen wat in ons leven gebeurt, en mentaal, omdat ons brein zonder een tijdsconcept niet in staat is om het leven zelf te duiden?

Tijdsbeleving is subjectief en volslagen onbetrouwbaar. Iedereen weet dat. Wat voor de een heel kort lijkt, duurt voor de ander misschien juist lang. Zelfs in onze eigen beleving is het volstrekt onbetrouwbaar. De ene keer beleven we iets als een split-second, de andere keer als een eindeloosheid. Ook vervormt en vervaagt onze herinnering de tijd. Is tijd überhaupt wel wat we zo ervaren, of beleven we het als iets heel anders dan het eigenlijk is, zoals we de trilling van materie als warmte voelen en niet als beweging?

Heeft ieder wezen dan zijn ‘eigen’ tijd? En is de enige manier om de eigen tijden van mensen onderling af te stemmen, ze te ijken aan buiten onszelf staande, min of meer stabiele parameters zoals orbits en pulsen? In elk geval is dat een manier om tijd hanteerbaar te maken en functioneel toe te passen in een samenleving. Best handig dus. Maar is dat het doel?

Ja, waaróm is er eigenlijk tijd? Misschien heeft de natuur de factor ‘tijd’ wel geschapen omdat zij niets en niemand een oneindig voortbestaan heeft willen toebedelen. Bekijk je het zo, dan is tijd per saldo de bestaansvoorwaarde voor vergankelijkheid.

Omgekeerd kun je dan redeneren, dat vergankelijkheid een bestaansbevestiging van tijd is. In deze gedachte is tijd er vooral doordat dingen een duur hebben: het bestaan van een Higgsdeeltje, het uitslijpen van een canyon, de gedachte aan een kop koffie, het uitdijen van het heelal. Zonder duur geen tijd. Zo lijkt elke tijdsduur een bevestigende parameter voor het bestaan van tijd, en zijn we via een omweg weer terug bij de gemeenplaats ‘tijd is relatief’: het bestaat als je het ergens aan kunt afmeten.

Liever nog wat abstracter? Tijd is de enkele dimensie die het leven nodig heeft om te kunnen bestaan. Of nog wat filosofischer? Tijd is de biotoop van het Zijn. Althans, zo denk ik erover. Maar niets en niemand  -ook niet de natuurkunde, de filosofie of de sterrenkunde-  kan de objectieve essentie van tijd claimen.

Toch kunnen we er iets mee, en dóen we er ook iets mee. Heel veel zelfs, bijvoorbeeld in de politiek. Hoe kijken onze landelijke politici eigenlijk tegen Tijd aan? Hoe relateert tijd voor hen aan hun politieke werk en aan het tijdsgewricht waarin ze dat werk doen? Dragen ze een horloge om de tijd bij te houden? En zoja, wat voor een horloge is dat en welk verhaal hoort erbij?

Daar gaat het over in dit e-book in wording Tijd voor Politiek: een met foto’s geïllustreerde verzameling teksten, voortkomend uit gesprekken met politici over nu, over tijd, over hun horloge, over geschiedenis die eerder toekomst was en over toekomst die straks verleden zal zijn.

Juli 2010 / Paul Walters