Als GroenLinks-fractielid Liesbeth van Tongeren over tijd praat, gaat het over inhoud en over de toekomst: hoe moeten onze democratie, onze economie en onze planeet eruit zien, en hoe komen we daar? Ze droomt van een Nederland met verlangen naar de toekomst. Heeft Nederland een landsbreed verlangen?
“Verlangen kan je vertalen naar: waar worden mensen gelukkig en tevreden van. Tot 1970 zijn Nederlanders in een toenemende welvaart steeds tevredener geworden. Na 1970 zijn we nog een ongelooflijk stuk rijker geworden, maar geen millimeter tevredener. Dan krijg je regeringsleiders die jou vertellen wat die ontevredenheid weg kan halen. We hebben er nu een zitten die denkt dat we het voor elkaar hebben als je alle moslims uit Europa haalt, en een die zegt dat alle problemen zijn opgelost als je
de overheid kleiner maakt. Die geloof ik allebei niet. Als de salarissen enorm uit elkaar gaan liggen, worden mensen ontevredener. In Nederland zie je na de jaren ‘70 dat de onderkant niet heel veel rijker wordt, en de bovenkant wel. Waar mopperen we over? Over het salaris van iemand bij het COA, de bonussen van de bankiers, de extreme mogelijkheden die CEO’s hebben om geld te verdienen.” Mensen mopperen ook over de salarissen van oud-politici zoals Kok, Bos, Balkenende, Eurlings. “Dat zou kloppen met dit verhaal.”
Blijft ons tevredenheidspeil ook stabiel omdat het gemiddeld genomen al betrekkelijk hoog is? “Het stijgt niet, terwijl we wel rijker geworden zijn.” Moeten we ons dan gaan afvragen: hoe tevreden kun je eigenlijk zijn? “Waar zijn we druk mee bezig? Met proberen rijker te worden. Maar als je heel hard aan het werk bent, je daarmee ook nog eens een gedeelte van je leefomgeving vernietigt, en je er na veertig jaar ploeteren gemiddeld genomen niet tevredener van wordt, dan moet je serieus gaan kijken of we wel met het juiste spel bezig zijn. Dat vind ik de opgave van deze tijd. We hebben mondiaal inmiddels minder mensen die honger hebben dan mensen met fors overgewicht. We hebben inmiddels zó veel spullen dat we (behalve de groep die tekort heeft) nauwelijks weten waar we ermee naartoe moeten. We hebben een economie van permanente groei op een eindige planeet. Op dat vraagstuk hebben we het antwoord nog niet. Het is in het westen echt tijd voor een andere economie.”
Gaat die ons wel gelukkiger maken? “We komen pas weer over onze ontevredenheid heen, als we weer een project hebben waar we met z’n allen tegenaan moeten. Als GroenLinkser hoop ik natuurlijk dat we een heleboel dingen gaan doen vóór er een gigantische crisis is. Maar een flink aantal schrijvers denkt dat we het pas willen en kunnen oplossen als we echt met onze hoofd(en) tegen de muur van voedselschaarste, waterschaarste, klimaatverandering aan lopen. We gaan ófwel met horten en stoten de goede kant op, óf pas na een hele nare, grote klap.”
Wanneer zou het echt mis gaan? “Het is voor een heleboel mensen al mis aan het gaan. Kijk naar Brazilië, Indonesië, waar oerbos rap verdwijnt, een heleboel eilandstaatjes die onder de zee verdwijnen, Rusland met z’n branden, Australië en Amerika met enorme droogtes.” Zijn we dan in feite al op weg naar die apotheose van alle crises? “Er zijn drie knoppen waar je aan kunt draaien: bevolkingsgrootte, technologie en economie. Je kunt dat in voldoende mate doen, zodat de overgang naar een andere economie zonder al te veel schokken en stoten gaat. De andere school zegt: we gaan pas echt wat doen als we in een situatie zitten zoals de Tweede Wereldoorlog. Gaan we het niet op de eerste manier doen, dan geloof ik er heilig in dat het de tweede manier zal worden. Daarna pas komt er een economie die mensen dingen geeft die zie echt willen, in plaats van een economie die bezig blijft met het oplossen van problemen die al waren opgelost.”
Liesbeth van Tongeren wil een referendum over kernenergie. Moet de democratie naar een nieuwe toekomst, omdat hij in zijn huidige vorm niet op zwaarwegende issues als dit is berekend? “Van de bijna 200 landen op de wereld hebben er 33 een compleet democratisch systeem. Nederland staat met zijn democratie 17e of nog hoger op de lijst. We mogen vieren dat wij de vette mazzel hebben dat we in een land met zo’n systeem leven. Maar als je verder inzoomt, denk je: de democratie moet meebewegen met de tijd; valt er nog iets aan te verbeteren? GroenLinks wil op verschillende manieren de mensen er meer bij betrekken. We hebben een wetsvoorstel liggen voor een door burgers geïnitieerd referendum.” In het voorstel zijn daar minimaal 300.000 handtekeningen voor nodig; dat is niet zo simpel te realiseren. Zou het ook kunnen via bijvoorbeeld een gekwalificeerde Kamerminderheid? “Hoeveel referenda dacht je dat je per week zou krijgen, als je zoiets door dertig leden van de Kamer zou laten bepalen?” Duidelijk antwoord.
Hoe is de toekomst van de omgang van de volksvertegenwoordiging met zichzelf? Toonzetting en bewoordingen zijn veranderd en veranderen nog steeds. Gaan we naar een andere vorm van debating toe, en vertegenwoordigen we daarmee meer het volk? “Ik vind dat je het niveau moet hebben dat je ook in een klaslokaal zou accepteren. In een klaslokaal misdraagt een leerling zich nu en dan, en de leraar corrigeert dat op verschillende manieren. ’Doe ‘es normaal man’ en ‘Doe zelf ‘es normaal man’ zou tussen leraar en leerling nooit geaccepteerd worden. Dat is een soort taal waarvan ik vind dat onze leiders en onze vertegenwoordigers die niet zouden moeten uitslaan. Een incident op zich valt nog wel mee. Het wordt paserg als het stelselmatig door één gebeurt, met ook heel vaak één als doelwit. Ik vind dat wij met de Kamervoorzitter moeten proberen dat zo veel mogelijk in te dammen.”
In Australië heeft zij een organisatie voor vreedzame conflictbemiddeling op poten gezet. Hoe onderscheidt
‘vreedzaam’ zich van andere vormen van conflictbemiddeling? “Er zijn twee manieren om conflicten op te lossen, onderling overleg of oorlog. De overheid heeft het geweldsmonopolie. Ga je naar de civiele rechter die beslist, dan zijn er vaak twee verliezers.” Kijk je bij vreedzame conflictbemiddeling altijd naar detoekomst? “Oplossingen liggen niet in het verleden, je kunt hooguit van het verleden leren. Oplossingen liggen in het nu.”
Het ‘nu’ is onderdeel van de tijd. Wat is tijd? “Je kunt tijd vanuit allerlei invalshoeken benaderen; wetenschappelijk, filosofisch, levensbeschouwelijk, noem maar op. Tijd dwingt je om keuzes te maken. Zonder dat zou je niet verder komen. Als we het eeuwige leven hadden zou ik nu misschien nog steeds op de middelbare school zitten.”
Zoals elk ander horloge loopt ook het polshorloge dat haar vandaag de tijd wijst -het draagt geen verder kenteken dan alleen een H aan de achterzijde- de toekomst. Een toekomst die niet kan worden versneld, maar wel beïnvloed.