Tofik Dibi: Wat tijd is? Geen flauw idee.

Zwart colbert, groene partij, rood horloge: een Casio G-Shock, die net als zijn eigenaar wel tegen een (politiek) stootje kan. Eigenaar is Tofik Dibi, Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Over een kleine twee maanden is hij toe aan zijn eerste lustrum. Als hij zou willen zou hij de zevenenvijftig dagen die hem daarvan scheiden met de stopwatch tot op de tiende seconde kunnen aftellen, maar politici hebben wel wat anders te doen. Wat gebeurt er eigenlijk met Nederland, als we de politiek een tijdje stop zouden zetten?

“Er is veel kritiek op Den Haag, maar ik denk dat het wel een gemis zou zijn, ook al wordt het niet door iedereen zo ervaren. Als we de lichten hier een jaartje uit zouden doen zul je zien hoeveel Nederlanders tot veel meer in staat zijn dan ze zelf dachten. Ze zullen creatieve oplossingen vinden. Het zou een grappig experiment zijn, omdat het laat zien hoe de samenleving in elkaar zit. Het zou niet het einde van de wereldzijn. Integendeel, het zou voor korte tijd zelfs een mooi signaal kunnen zijn. Maar de politiek is ook een schild voor de zwakkeren. Het zou zonde zijn als dat er niet zou zijn. Wat tijd betreft, ik zie wel dat we vaak achter lopen op ontwikkelingen in de maatschappij. De mensen zijn vaak veel verder dan hoe wij er in Den Haag over spreken. Neem onderwerpen als groen ondernemen, omgang met schaarse goederen, vleestax. Het is hier een politiek debat met voorspelbare argumenten die, als je luistert naar waar mensen in Nederland mee bezig zijn, heel erg cliché en achterhaald blijken. Dat geldt ook voor integratie. In Nederland hebben mensen allang manieren gevonden om dat onderling met elkaar te regelen.”

Er is dus kennelijk een faseverschil tussen de politiek en de werkelijkheid eromheen. Is het een gekke gedachte om dan maar gewoon te stoppen met het integratiedebat, als de Kamer daarin zo achter loopt op de maatschappij? “Het is moeilijk om dat te zeggen. En we zijn er ook om constant debat te voeren. Alleen, we moeten niet steeds hetzelfde maar een ánder debat voeren. Focussen op gezamenlijke problemen; problemen die zowel allochtonen als autochtonen raken. Onderwijs bijvoorbeeld.”

Verspillen Kamerleden tijd? “We verspillen te veel tijd.” Laat dat zo zijn, maar ‘te veel’ kan op zich best nog weinig zijn. “Er wordt meer tijd verspild dan mij lief is. Bijvoorbeeld door debatten die gericht zijn op incidenten en niet op een onderliggend probleem. De wens van het moeilijk tevreden te stellen publiek heeft steeds meer ons verstand overgenomen. Een item in een actualiteitenrubriek of een ronkend persbericht leidt hier al heel snel tot een Kamerdebat. Je merkt dat journalisten en Kamerleden elkaar inmiddels in een houdgreep hebben. Het is een ongezonde wisselwerking geworden, waardoor je als Kamerlid te weinig tijd hebt om na te denken wat de belangrijke kwesties zijn om te agenderen. Kwesties die wij willen agenderen.” Maakt dat u moe? “Moe maakt het je alleen als je je aan het einde van de dag moet afvragen of je wel gedaan hebt wat je had willen doen.”

U bent nog jong en u bent bezig met een studie. Hoe lang blijft u -met de wil van de kiezer- volksvertegenwoordiger? “Ik vind dat heel lastig. Bas van der Vlies heeft me eens gezegd: dit is geen plek waar je eventjes carrière kunt komen maken. Het werk vraagt om toewijding. Het parlementaire geheugen gaat op een gegeven moment onderdeel uitmaken van jouw geheugen. Je krijgt overzicht over hoe een debat zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld. Het is zonde om dat weg te gooien. Je moet daar meer in investeren, omdat je de publieke zaak dient.” Was Van der Vlies ook voor jou een soort coach? “Hij was altijd de laatste spreker. Ik dacht: zo lang hij er is moet ik zijn ervaring benutten. En hij had altijd heel interessante bijdragen. Hij kon vanuit zijn lange ervaring soms heel goed blootleggen dat er na jaren geen doorbraak kwam op een dossier, waardoor er dán juist wel een doorbraak kwam. Ik heb altijd met heel veel liefde naar hem geluisterd.”

Het kabinet heeft ingezet op ‘green deals’. Gaat de tijd van ‘links en rechts’ een beetje voorbij? “Papier is geduldig. Het is goed dat een rechts kabinet green deals wil sluiten. Ik probeer wel om voorbij die woorden naar daden en resultaten te kijken. En dan blijft er niet heel veel over.”

Voor de totale begrotingsbehandeling krijgt GroenLinks niet meer dan 200 minuten spreektijd. Als fractiesecretaris distribueert Tofik Dibi die minuten over de tien Kamerleden van zijn fractie. Geeft dat intern geen gekibbel? “Je kijkt naar wat belangrijke thema’s zijn voor de partij. Daarnaast kijk je naar wat er sterk speelt in de verhouding tussen Kamer en kabinet, zoals de bezuinigingen in de zorg. Je maakt de afweging uiteindelijk met z’n allen, maar je kunt nooit iedereen tevreden stellen.” Is hij als secretaris ook de baas over de spreektijd van de voorzitter? “Jolande is de fractievoorzitter, dus eindverantwoordelijk, maar zij doet de algemene politieke beschouwingen, niet de begrotingen. De fractievoorzitter krijgt altijd wel wat hij of zij nodig heeft.”

Maken Kamerleden wel eens deals met elkaar om hun spreektijd te verlengen? “Een kleine fractie krijgt minder spreektijd dan een grote. Het dwingt je om er heel creatief om te gaan. Je spreekt wel eens iets af met een andere fractie, meestal een oppositiepartij. Bijvoorbeeld: als jij me op dit punt interrumpeert, heb ik er nog een extra minuutje bij waarin ik jou kan antwoorden en dan tegelijk een vraag kan stellen aan het kabinet. En datzelfde doe ik dan ook voor jou. Dat soort dealtjes werken heel goed.” Kan de Kamervoorzitter daar op ingrijpen? “De voorzitter heeft het niet door. Als je het niet te gortig maakt valt hetniet op.” En als mevrouw Verbeet het straks terugleest, bijvoorbeeld in een interview als dit? “Dan kan ze denk ik heel goed begrijpen dat Kamerleden lastige klanten zijn die het woord willen voeren opbelangrijkeonderwerpen. Ik heb overigens de neiging om het eerder korter dan langer te maken. Veel Kamerleden gaan op uitvoeringsniveau zitten, maar ik heb liever dat we op hoofdlijnen debatteren.”

Wat is tijd voor u? “Ik schrik van die vraag. Ik heb geen flauw idee. Ik ken het fenomeen tijd en als Kamerlid heb je er vaak gebrek aan, maar dat is cliché. Ik moet bij ‘tijd’ vaak denken aan die zandloper. Dat is het beeld dat in m’n gedachten opkomt. Maar wat het is? Geen flauw idee.”

Deze tijd kent veel hypes en grillen. Vindt u dat we in een incidententijdperk leven of regeren toch de grote lijnen? “De waan van de dag is onderdeel van de informatiemaatschappij. Zeker voor de nieuwe generaties, met constant bombardementen van informatie en berichten, waardoor een soort gewenning optreedt. Het moet steeds explosiever. In de muziek en ook in de politiek zie je dan gestandaardiseerde producten die kant en klaar aan de consument moeten worden aangeleverd. Maar ik zie ook een tegenbeweging die echt klaar is met ikke-ikke-ikke en die echt stil wil staan bij wie ben ik, wat wil ik, wat beteken ik voor mijn omgeving.”

Die snelheid zit toch net zo goed in de mensen zelf? “Het is een soort geïnternaliseerde haast. Ik merk het aan mezelf ook. Ik loop in Marokko of in een ander land veel langzamer dan in Nederland. Hier moet je succesvol zijn. Ben je dat niet, dan heb je al gauw een ‘afwijking’. De andere lijn is die tegenbeweging die langzaam opkomt: ik wil weten wat ik eet, ik wil niet alleen maar asfalt maar ook natuur, ik wil fatsoenlijk met elkaar omgaan, ik wil niet alleen maar De Telegraaf als mijn informatiebron. Ik zie dat door verschillende generaties heen. Net zo goed als dat je bij jongeren ook mensen ziet die alleen maar bezig zijn met Vespa’s, Blackberries en uitgaan. Maar je ziet ook degenen de het hip beginnen te vinden om intellectueel te doen, duurzaam te zijn en te weten wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt. Ik denk dat de winst wel van de jongere generaties gaat komen, ook al zitten daar ook willoze consumenten onder. Ik heb de hoop dat ze een omslag kunnen maken en op andere manier gaan nadenken over winst, groei, toekomst.”


Lees het hele interview in het boek Tijd voor Politiek! De rijk met zwart/wit-foto’s geïllustreerde bundel telt 291 pagina’s en is leverbaar vanaf 25 juni 2012.

Bij de bundel hoort kosteloos een full colour versie voor de iPad.
De iPad-versie is ook los te bestellen.

Info + direct bestellen: http://www.gopher.nl/shop/title.asp?barcode=ISBN&id=9789051797824